Ronald over zelfstandig wonen

“De belangrijkste motivatie is mijn zoon. Ik wil zo graag weer contact.”

Na een jarenlange alcohol- en gokverslaving bereikte Ronald het dieptepunt: een huisuitzetting. Hij kwam in contact met IrisZorg, en de weg omhoog begon. Lees het verhaal van Ronald. Over begeleid wonen, doelen bereiken, de rol van zijn begeleider Fred, en wat hem dagelijks motiveert om aan zijn herstel te blijven werken.

Hoe is je verslaving begonnen?

"Het begon heel geleidelijk, maar vanaf 1999 maakte ik samen met mijn toenmalige vriendin al ons geld op aan gokken en alcohol.”

Wanneer viel het kwartje dat je hulp nodig had? 

“Op een gegeven moment was ik veranderd in een soort robot. Gokken en alcohol beheersten mijn leven volledig. Ik had schulden bij mijn ouders, familie, vrienden, en bij allerlei instanties. In 2005 raakte ik mijn baan als logistiek medewerker bij TNT Post kwijt. Mijn huis had geen vloerbedekking en geen gordijnen, omdat ik geen geld had. Ik schaamde me diep.  
 
Het ging zo niet langer. Daarom meldde ik me in januari 2013 zelf aan bij IrisZorg. Helaas was er niet meteen een plek voor me.”

Hoe ging je toen verder zonder hulp? 

“Ik wilde graag de schuldhulpverlening in, en kreeg een bewindvoerder. Dat was nodig omdat ik mijn rekeningen niet meer openmaakte en regelmatig deurwaarders en incassobureaus op bezoek kreeg.  
Ik woonde toen in Nijmegen in de wijk Hees. Mijn benedenbuurman klaagde met andere bewoners week in week uit over de ‘overlast’ die ik zou veroorzaken. Na de zoveelste valse beschuldiging gooide ik uit pure frustratie vanaf mijn balkon een pan met koude frituurolie over zijn terras. Toen hij verhaal kwam halen, zei ik: “Eigenlijk had ik hete olie over je kale kop moeten gieten”. De buurman voelde zich bedreigd.  
De woningstichting vond dat ik met die opmerking te ver was gegaan, en zette mij mijn huis uit. Ik was radeloos. Ik was alcoholverslaafd, gokverslaafd, zat diep in de schulden, en had ineens geen huis meer.”

Hoe ben je bij IrisZorg terechtgekomen? 

“In november 2014 kwam er een plek vrij in de afkickkliniek van IrisZorg. Daar ben ik meteen gestopt met drinken. Na 3,5 maand kreeg ik in een woonvoorziening van IrisZorg een eigen kamertje. Daar heb ik 5 maanden gewoond. De was werd gedaan, het eten werd voor me gemaakt, ik had mijn medicijnen niet in eigen beheer: alles werd voor me geregeld. Maar ik voelde me daar afhankelijk door, en dat voelde niet prettig. Ik was de hele regie over mijn leven kwijt. 
 
Dat was een motivatie voor mij om te werken aan de volgende stap: wonen in het appartementengebouw van IrisZorg, waar ik nu samen met andere cliënten zelfstandig woon. Dat was wel omschakelen, want toen moest ik alles ineens weer zelf doen. Wel logisch ook, want het doel is dat je leert weer op eigen benen te staan.” 

Kun je iets vertellen over hoe je nu woont? 

“Ik woon nu bijna 3 jaar in het appartementengebouw van IrisZorg, zelfstandig op een woon-/slaapkamer met een eigen badkamer, toilet en keukentje. In die 3 jaar ben ik vooral geestelijk sterker geworden en heb ik door de woonbegeleiding van IrisZorg veel geleerd. Ik kan weer schoonmaken, wassen, koken, een dagstructuur aanhouden, haalbare doelen stellen, en inmiddels goed met geld omgaan.” 

Hoe vul je je dagen in?  

“Mijn dagen zijn vol. Ik werk als schoonmaker bij IrisZorg, help een Eritrese inburgeraar met het leren van Nederlands, en werk in de moestuin van de protestants-christelijke instelling ‘Het huis van de compassie’.”  

Wat zijn je doelen, en hoe helpt IrisZorg je daarbij? 

“Ik ben toe aan een nieuwe stap: zelfstandig wonen in een eigen huis, met ambulante begeleiding van IrisZorg. Mijn medebewoners gebruiken namelijk bijna allemaal nog wel iets, terwijl ik - op een kleine terugval na - al jaren geleden gestopt ben met gokken en drinken. Ook hebben mijn medebewoners vaak een persoonlijkheidsstoornis. Voor mij is het dus geen ideale omgeving meer.  

Mijn persoonlijk begeleider Fred heeft in gang gezet dat ik kan uitstromen. Twee maatschappelijk hulpverleners van IrisZorg begeleiden me hierbij. Voordat Fred er was, was Jill mijn persoonlijk begeleider. Zij heeft me in onze wekelijkse gesprekken altijd positief gemotiveerd om door te gaan op de goede weg. Ook heeft ze voor mij hardloopschoenen en een bril geregeld. Die zijn heel belangrijk geweest voor mijn herstel.“ 

Wat is je motivatie om aan jezelf te blijven werken?

“De belangrijkste motivatie is mijn zoon. Ik heb al 3 jaar geen contact meer met hem. In januari 2016 zou hij een keer langskomen, maar tot op de dag van vandaag is dat niet gebeurd. Hij gaf als verklaring: “Ik heb te veel meegemaakt met je en kan het contact niet aan.  

Toen viel bij mij het kwartje: als ik weer kan zorgen voor een stabiele thuissituatie, kan dat voor mijn zoon een reden zijn om weer contact op te nemen. Ik wil zo graag weer contact met hem: mijn excuses aanbieden en alles uitpraten, maar mijn zoon is er duidelijk nog niet klaar voor. Hij reageert niet op kaarten en mailtjes. Ik probeer het te laten rusten, ook al denk ik dagelijks aan hem.“ 

Als IrisZorg er niet was geweest, hoe had je leven er dan uitgezien? 

“Dan had ik hier niet meer gezeten. Of in het beste geval in de goot geleefd. Ik ben heel blij dat ik weer doelen heb waar ik naartoe kan leven: een eigen huisje, een schuldenvrij leven, misschien weer contact met mijn zoon en sommige familieleden waar ik ook geen contact mee heb, en misschien weer contact met mijn ex-vriendin. 
 
Toch probeer ik me niet te veel op mijn einddoelen te focussen, want dan krijg ik stress. Liever focus ik me meer op de kleine haalbare tussenstapjes die me helpen om bij dat doel te komen. Zo houd ik overzicht. Dat heb ik geleerd in de kliniek van IrisZorg in Zevenaar. Met Fred stel ik deelplannen op. We kijken regelmatig naar wat ervan terecht is gekomen. Ik vind het fijn dat hij de vinger aan de pols houdt. Dan kijk je kritisch naar jezelf en zie je of er vooruitgang is. Dat vind ik heel belangrijk.”