Blog: De Werkzame Stof - "Dit werk kun je niet doen zonder zelfreflectie"

Geplaatst op: 02 januari 2018
Wat is de werkzame stof in een hersteltraject? We laten elke keer iemand anders aan het woord om die vraag te beantwoorden. Een psycholoog, een cliënt, een toezichthouder. Deze eerste keer is het de beurt aan onze klinisch psycholoog Lina Jongerius. Zij gaat bijna met pensioen en put uit jarenlange ervaring.
Dronken vissers
Een aantal ingrediënten vormen de werkzame stof volgens Jongerius: (theoretische) kennis, inleven, beschikbaarheid, zelfkennis, hoop geven en de verantwoordelijkheid bij de cliënt leggen. Als adolescent en jongvolwassene kwam zij veel in een Fries vissersdorpje waar ze ook twee jaar heeft gewoond. De vissers dronken veel in het weekend en toen de werkgelegenheid daalde ontstond er ook doordeweeks een groot alcoholprobleem. De vissers lagen vaak laveloos op straat. “Het was vooral triest en naar. Als je als gewoon burger in aanraking komt met verslaving denk je: gatver, wegwezen. Ik had nooit gedacht: hier ga ik wat aan doen.”

Kennis
Maar op het einde van haar carrière werkt ze toch in de verslavingszorg. “Ik vind verslavingszorg ontzettend leuk. De doelstelling is helder. Ben je verslaafd? Dan gaan we daar wat aan doen. Ik had geen idee dat de CRA (Community Reinforcement Approach) zo’n goede methode is. Het bestrijkt alle levensgebieden. IrisZorg is goed in scholing en coaching. Ik heb niet op die schaal meegemaakt dat behandelend personeel zo intensief werd geschoold.”

Inleven
Jongerius maakt contact met de cliënt, leeft zich in en voelt aan waar die persoon staat. Ze vraagt zich daarbij ook af: hoe zou dit voor mij zijn? Zelf geniet ze graag van een mooi glas wijn. “Hoe erg is dat als zoiets omdraait tot iets wat je niet kunt hanteren.” En; wat zijn de overeenkomsten tussen een patiënt en behandelaar? “De verschillen met de mensen die je behandelt zijn helemaal niet groot. Niets menselijks is ons vreemd.”

Ken jezelf
Zelfinzicht vindt ze dan ook belangrijk. “Dit werk kun je niet doen zonder zelfreflectie en daar moet je ook in groeien. Je moet dichtbij jezelf staan.” Jongerius begon daar al vroeg mee. “Ik kom ook niet uit een makkelijke situatie. Daardoor heb ik van jongs af aan geleerd om naar mezelf te kijken. En dat helpt om je problemen op te lossen. “Ik loop heus nog wel tegen mezelf aan. Laatst had ik te maken met een vrouw die een lange reis had gemaakt om een klacht te bespreken. Ze gedroeg zich vijandig. Ik zei iets vriendelijks tegen haar en vroeg wanneer ze weer terug moest. Zij antwoordde bits: ‘Doet dat er toe soms?’ Geen ontspannen start van het gesprek.

Daar kan ik last van hebben, maar dan wapen ik mezelf. Dan zet ik mijn voeten op de grond en bedenk me dat dit gedrag niets met mij persoonlijk te maken heeft. Dat dit allemaal hoe dan ook voor haar erger is dan voor mij. Dat trucje moet ik dan wel gebruiken, anders voel ik me aangesproken en onterecht behandeld. Er blijven altijd dingen, daarin moet je jezelf kennen. Ik probeer dat te relativeren om niet te vervallen in reacties die zij mogelijk in het dagelijks leven ook meemaken en die niet helpend zijn.”

Hoop geven
Hoop geven, dat is een andere belangrijke werkzame stof. “Cliënten voelen zich over het algemeen hopeloos. Dat is vreselijk. Als je als behandelaar overtuigend aangeeft: je hebt een enorme stap gezet, je bent op een goede plek terechtgekomen, wij zijn kundig, werken met een goede methodiek en wij boeken succes, dan geef je hoop. Als we tot een goede samenwerking komen, dan gaat dat ook lukken.”

Eigen ervaring
Volgens Jongerius bepaalt de behandelaar de norm niet. “Als de hulpvraag is om gecontroleerd te gebruiken, dan ga je daarmee aan het werk. Het helpt niet om je eigen doelen als behandelaar te stellen, maar wel om uit te leggen waarom het nodig is een tijd niet te gebruiken. Dat je bijvoorbeeld in zo’n periode tegen die dingen aanloopt die je anders weg blowt of drinkt. En dat je dat moet zien op te lossen om niet afhankelijk te blijven van verdoving. Daar moet je overeenstemming over zien te krijgen. Mensen leren over het algemeen alleen van hun eigen ervaring: zelf meemaken dat gecontroleerd gebruik er niet in zit is altijd het beste om tot de doelstelling van absolute abstinentie te kunnen komen."

Verantwoordelijkheid
Belangrijk is om steeds de verantwoordelijkheid bij de cliënt te leggen, maar dat je wel beschikbaar blijft. Als blijkt dat de cliënt niet aan de slag gaat met de behandeling of niet op afspraken komt dan zul je dit moeten bespreken, vindt Jongerius. “Je kunt zeggen: ‘Ik ben aan de grens gekomen van wat ik kan, want ik mis jou hierin. Ik wil jou als behandelaar graag helpen, maar ik kan het niet zonder jou, misschien is dit voor jou niet de goede periode om dit aan te gaan.’

Het is beslist niet helpend om maar door te blijven gaan zonder perspectief en inzet van de patiënt. De cliënt is regisseur van eigen leven en dat moet je teruggeven en niet overnemen. Niet te snel denken dat de persoon dat niet kan. Daarmee maak je hem klein. De beschikbaarheid moet je aangeven: als je er wel aan toe bent, ben je van harte welkom. Nu is het beter om te stoppen.”

Reageren

Uw e-mailadres zal niet op de website worden getoond.
Het zal uitsluitend worden gebruikt om eventuele vragen te beantwoorden.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.