"Zonder stutten vallen mensen om"

Willem Teering, directeur cluster re­gio Zuid, schreef een opinieartikel voor De Gelderlander. Deze werd afgelopen zaterdag (31 december) gepubliceerd in De Gelderlander. Lees hieronder zijn opinieartikel.

ALS JE DE STUTTEN EN STEUNEN WEGSLAAT, VALLEN MENSEN OM

Door de opeenstape­ling van overheids­maatregelen zullen de komende jaren meer mensen maat­schappelijk uitvallen. De maat­schappelijke ondersteuning moet het bovendien met steeds minder mensen en middelen doen. Het straatbeeld van zo’n tien jaar gele­den met bedelende daklozen zal te­rugkeren.

Zelf- en ‘samen’- redzaamheid, zijn de slogans waarmee het gedoogka­binet Rutte zijn zorg- en welzijns­beleid verkoopt. De burger moet zelfstandig zijn broek ophouden, niet nuilen, aan het werk! En gaat het even minder? Dan is er een daad- en kapitaalkrachtige sociale omgeving die het probleem op­vangt. Een pamperende overheid is daar­om niet langer nodig. Bezuinigings­noodzaak en sociale problematiek in één klap opgelost!

Er lijkt weinig mis met deze ambi­ties. Het idee van de zelfstandige burger die vanuit eigen kracht keu­zes kan maken is zelfs een van de fundamenten van onze samenle­ving. En ook instellingen als Iris-Zorg hebben het bevorderen van de zelfstandigheid van hun cliën­ten hoog in het vaandel staan. Maar diezelfde zorg- en welzijnsin­stellingen merken als eersten wan­neer ideologie en werkelijkheid los van elkaar raken. En dat is nu aan het gebeuren.

Den Haag zwijgt over de randvoor­waarden om alle, dus óók de kwetsbare en beschadigde burgers, hun eigen verantwoordelijkheid te laten dragen. De verantwoordelijk­heid voor de zorg én de visie daar­op wordt de komende jaren in de schoenen van de gemeenten ge­schoven. Grote delen van de AWBZ-zorg gaan daar naartoe en over een paar jaar ook de volledige jeugd­zorg. Elke gemeente mag het dan met z’n eigen burgers uitzoeken. Met veel minder geld dan nu. Want elke overheveling van taken gaat gepaard met een ‘efficiency’­korting.

Maar er komt ook minder geld voor re-integratie, schuldhulpverle­ning en kinderopvang. Burgers zul­len hogere eigen bijdragen moeten ophoesten voor zorg en ondersteu­ning. De drempel daarvoor komt daardoor hoger te liggen, wat de huidige cliënten en patiënten treft, maar ook de burger met een laag inkomen. Diezelfde ‘kwetsbare’ burger krijgt daarnaast te maken met tal van financiële maatregelen die zijn vrije speelruimte nog ver­der beperken. Ik noem hogere ziek­tekostenpremies en de verlaging van zorg- en huurtoeslag. Er hoeft niet veel te gebeuren (echtschei­ding, baanverlies, burn-out) of bur­gers vallen om. En een aantal van hen zullen we terugzien op straat.

Den Haag schept de randvoorwaar­den voor maatschappelijke uitval en sociale uitsluiting. Overdrijf ik? Sla de kranten er op na: in verschil­lende steden rijden weer ouder­wetse soepbussen voor mensen die nergens terecht kunnen; in Utrecht hebben dakloze mensen een tentenkamp opgeslagen; de op­vangvoorzieningen in de Rand­stad kunnen de aanmeldingen niet langer aan. Het zijn tekenen aan de wand en we staan nog maar aan het begin van de grote bezuinigingsoperatie. Waarbij het woord ‘ bezuiniging’ tussen dikke aanhalingstekens moet staan: er is al heel vaak berekend dat de maat­schappelijke kosten van dit over­heidsbeleid vele malen hoger zul­len uitvallen dan de huidige kos­ten voor goede opvang en GGZ-zorg.

Moeten we de handdoek dan maar in de ring gooien? Natuurlijk niet! Vanuit het oogpunt van be­schaving en solidariteit, maar ook vanuit pragmatische motieven. Hoe meer mensen buiten de sa­menleving vallen, des te sterker de criminaliteit en de gevoelens van onveiligheid bij de burgers die het geluk hebben nog mee te mogen doen. Dat we zorg, welzijn en maatschappelijke ondersteuning anders moeten organiseren is ook helder. Daar zijn wij als zorg- en welzijnsorganisaties ook mee be­zig. Maar dat zal niet kunnen voor­komen dat de nieuwe armoede de komende jaren overal zichtbaar wordt.

We zullen meer aan preventie gaan doen. Dat betekent: de socia­le problematiek eerder signaleren in de wijken en als maatschappelij­ke instellingen voor wonen, wer­ken en verslavingsbehandeling nauw samenwerken om proble­men in een vroeg stadium dicht bij huis te tackelen. Problemen die­nen eerder opgepakt en sneller doorgeleid te worden naar hen die de juiste hulp kunnen bieden.

De gemeente heeft hierbij een cru­ciale rol. De gemeente moet een stabiel fundament leggen waarop de samenwerking zich vruchtbaar kan ontwikkelen. Dat vraagt om een beleidsvisie die jaren verder reikt dan de zittingsperiode van een college. Maar alleen daarmee kunnen we de komende jaren effi­ciënter en effectiever leren samen­werken voor en met het groeiend aantal mensen dat door nare le­vensgebeurtenissen, ziekte of pech buiten de boot (dreigt te) vallen. IrisZorg wil daar, door het inzet­ten van de expertise op het gebied van wonen, werken en verslavings­behandeling, een flinke steen aan bijdragen.

Willem Teering, directeur re­gio Zuid